Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Lut Callant


Lichtfront 2014, dé evocatie van de frontlinie anno oktober 1914. Over een afstand van 84 km, van het strand in Nieuwpoort tot aan Ploegsteert, vormden 8.400 fakkeldragers deze linie.

Twee van hen waren Lut Callant uit de 18-Oktoberstraat en vriendin Karolien Adam. Samen schreven ze zich in. Lut als eerbetoon en uit dankbaarheid voor de verbeten strijd die haar grootvader Pieter (Pier) Callant en grootoom aan de IJzer hadden gevoerd. Karolien wou dit unieke gebeuren in de geboortestreek van haar moeder zelf beleven. Zo trokken de twee vriendinnen op 17 oktober richting Sint-Jacobskapelle (zie verder)  een klein gehucht met hooguit 100 inwoners, op enkele kilometers van Diksmuide.


Hun verhaal van die dag.

Bij de inschrijving via de site van GoneWest kozen Lut en Karolien hun startplaats. Het was een fietsinstappunt! Dus niet bereikbaar met de wagen. Daarom had de organisatie vier lijnbussen ingehuurd op een industrieterrein in Kaaskerke. De bus stopte aan de kerk van Sint-Jakobskapelle. Vandaar wandelde iedereen naar zijn bestemming. Gelukkig gaven enkele fietsers hen een lift. Om 18.30 u. bereikten ze ‘hun’ punt 15. Ruim op tijd! Meteen een goed moment om nog een boterhammetje te eten. Een mens moet toch ‘kloek’ staan om de frontlinie gestalte te geven.

Wat een organisatie! Per 22 deelnemers was er één begeleider. Elke deelnemer kreeg een tas met een ledlichtje (handig als het water zou gieten of als de fakkel te vlug zou doven), 1,5 l water (mocht het nodig zijn om te blussen, als eerste hulp bij brandwonden en ook wel eens om te drinken) en een brochure over het evenement. Elke groep overbrugde 200 meter. Lut en Karolien stonden tien meter van elkaar. Het organiserend team kwam met fiets en motor langs voor een laatste controle van de afstand en het aantal fakkeldragers. Het was ondertussen pikdonker. Alle gemeenten van de regio hadden hun straat- en kerkverlichting gedoofd. Om 18.50 u. kregen alle begeleiders een sms, het startschot om de fakkels aan te steken.

Sint-Jacobskapelle tijdens de Groote Oorlog

Na de Slag aan de IJzer (oktober 1914) volgt een jaar lange stellingenoorlog. De Belgische verdedigingslinie volgt vanaf Nieuwpoort de spoorweg Nieuwpoort-Diksmuide tot ongeveer ter hoogte van het gehucht Oud-Stuivekenskerke (Suitvenskerke, Diksmuide), loopt daarna zuidoostwaarts over Kaaskerke (Diksmuide) om bij kilometerpaal 16 op de IJzer aan te sluiten. Ten zuidwesten daarvan volgt het front de IJzer over Sint-Jacobskapelle, Oudekapelle en Nieuwkapelle, om aan het Fort de Knokke (Lo-Reninge/Houthulst) het kanaal IJzer-Ieper te volgen. In de bocht bij Sint-Jacobskapelle had het Belgisch leger een bruggenhoofd op de rechteroever. Sint-Jacobskapelle werd zwaar onder vuur genomen door Duitse beschietingen. Het vernietigde dorp werd doorsneden door Belgische verdedingslinie(s) met loopgraven en bunkers. Op 4 december 1914 werd de Sint-Jacobskerk vernield door een Duitse bombardement. Enkele muren bleven evenwel recht staan: de koorgevel van de vernietigde kerk werd door het Belgisch leger met behulp van een hoge ladder gebruikt als observatiepost. De archieven van de parochie en de kerkschatten werden gered en in veiligheid gebracht in de kapel van het hospitaal L'Océan in De Panne.

Tekst overgenomen van pagina 15 uit de brochure Lichtfront 2014, uitgave provincie West-Vlaanderen.