Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Herdenking Emma Decoene

Op 14 augustus 2010 werd op de hoek van de Magdalenastraat en de Frederik Sanderlaan een gedenkplaat onthuld ter nagedachtenis van Emma Decoene. De 17-jarige fietsster werd daar op 12 augustus 2007 door een wagen aangereden en overleed even later aan de opgelopen verwondingen.

Aangrijpende toespraken van de ouders en getuigenissen van haar broer, zussen, vriendinnen alsook door de directeur van het Sint Lodewijkscollege schetsten  een  duidelijk beeld van de levenslustige tiener die Emma was. 


De onthulling werd gevolgd door een ingetogen bloemenhulde.  De honderden aanwezigen zorgden voor een waar bloementapijt.

Moge deze blijvende herinnering aan Emma voor ons allen steeds een aanmaning zijn tot een veiliger verkeer.

Artikel De Morgen 14 augustus 2010

Drie jaar na het dodelijke ongeval van Emma (17) vecht een West-Vlaams gezin nog met het verleden

Het onmogelijke afscheid van een kind, van een zus

Ze staan overal en nergens in Vlaanderen, de bekende SAVE-borden. Relieken van menselijk leed die herinneren aan verkeersslachtoffers en tegelijk ook aandacht vragen voor de verkeersveiligheid. Vandaag onthult het gezin Decoene uit West-Vlaanderen een bord voor hun dochter, voor Emma. De Morgen trok naar Brugge en voelde de onmacht van een gezin dat leeft in het verleden. ‘Nooit was eenzaamheid groter dan die paar keer tussen feestende vrienden.’

DOOR MATTHIAS DECLERCQ / Foto’s Jonas lampens

‘Ik mis je bij het opstaan en bij het slapen gaan en daartussen heel de dag”, staat te lezen op een wit blad papier. Een zin die is vastgeprikt aan een boom in de Magdalenastraat in het Brugse Sint-Andries, een ordinaire straat in een ordinaire gemeente. Het vel papier hangt er niet zomaar. Een houten hart met krokussen, bloemen, een haarspeld, een schelp, een tros witte druiven, een tros rode druiven, een fruitketting en een bosje zonnebloemen verraden het verleden. Geen verhakkelde fiets, geen afgesleten remspoor, alleen een boom, een zinnebeeld van onvergankelijkheid. Een beuk als bewaker van de herinnering.

Aan de overkant van de straat, amper een paar meter verder, staat sinds kort een bord. Een verkeersbord met een geel sint-andrieskruis en een enorme emotionele waarde. Twee gele strepen die elkaar kruisen, die elkaar de weg afsnijden. Een SAVE-bord, SAmen voor een VEilig Verkeer, staat te lezen, met daaronder: Emma 17 jaar. Het aandenken heeft een lange, donkere schaduw. Op 12 augustus 2007 besliste het noodlot over de toekomst van Emma Decoene uit het naburige Snellegem. Een verkeersongeval. Een verkeerd ongeval. Het gezin bereidt zich voor op de derde verjaardag. De tragiek van die ene zomerdag woedt nog in alle hevigheid en bracht vader, moeder, broer en zussen naar een rouwtherapeute. Voor het eerst sinds lang kijken moeder Roselijn (50) en dochters Coralie (23) en Jozefien (25) elkaar diep in de ogen. Diep in het verleden.

*

Op de tafel ligt een dikke map met een vergeeld etiket: ‘Emma’. “Alles zit hierin, alles van mijn dochter. Alles van die twaalfde augustus”, fluistert mama Roselijn. De laatste weken staat alles in het teken van vandaag, de inhuldiging van het SAVE-bord in de buurt van het onheil. “We moesten íéts doen voor Emma. De eerste herdenking, een jaar na het voorval, viel ons gezin in ruzie. Hoe pak je zoiets aan, een herdenking? Geen idee. We wilden wafels bakken, Emma at die zo graag. ‘Het is toch geen feest’, was meteen de reactie. Wat zeg je daar dan op? Het voelde vreemd aan dat net zoiets tot discussies leidde. We praatten toen bijzonder weinig over het ongeval, dat ging gewoon niet. Ook nu nog altijd niet. Uiteindelijk werd het een koffietafel met wafels. En veel zonnebloemen.”

De inhuldiging van het bord wordt mede georganiseerd door OVK, de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen. Een vereniging die groeide uit de behoefte van ouders die hun kind verloren in het verkeer. Ouders die zochten naar een luisterend oor en naar meer begrip. In 1994 bundelden 18 getroffen gezinnen hun krachten om hulp en bijstand te bieden aan lotgenoten én om de verkeersveiligheid aan te scherpen. Vandaag zijn meer dan 600 families lid van OVK. Het aantal SAVE-borden is naderhand niet meer te tellen in België. Elke maand wordt een klas leerlingen weggemaaid.

*

Emma Decoene keerde op die vervloekte twaalfde augustus terug van een vriendin bij wie ze - voor de veiligheid - was blijven slapen na Benenwerk in Brugge, een groot dansfeest in de binnenstad. Met de fiets. In de vooravond werd ze in de Magdalenastraat gegrepen door een auto die geen voorrang aan rechts verleende. De chauffeur was op weg naar een vriend, Emma was op weg naar huis.

Mama

: “Ik had ze die dag al zo vaak gebeld. Ze bleef maar weg. Bellen, sms’jes, geen antwoord. Ach, je stelt je daar geen vragen bij, als ze niet antwoorden. We hadden vrienden op bezoek, klaar om de barbecue in gang te steken. Coralie was aan het studeren, Jozefien zat ergens in de Bulgaarse bergen en Sebastiaan was thuis.”

Coralie:

“Terwijl ik zat te typen op de computer, zag ik door het raam een aantal agenten de tuin binnenwandelen.”

Mama:

“Een van hen nam meteen het woord. ‘Ben ik bij Decoene?’ Ja. ‘Is een van uw dochters in Brugge?’ Ja, ze is op de terugweg. Ze bleef slapen bij een vriendin na Benenwerk. ‘Hebt u een zoon die Sebastiaan heet?’ Ja. Ik wist dat Emma de Buzzy Pass van Sebastiaan bij zich had. De schrik sloeg me om het hart. Is er iets met Emma? ‘Ze is kritiek, mevrouw.’

“Wat moet je daar nu eigenlijk van denken? Kritiek. Wat betekent dat woord? Is ze gewond, is ze er erg aan toe? Is ze eigenlijk nog in leven? Geen antwoord, van niemand. In de auto op weg naar het ziekenhuis voelde ik me bijzonder slap, ik viel bijna flauw. Als moeder vóél je dat het niet klopt.

“Bij het binnenwandelen van de kliniek kreeg de term ‘kritiek’ plots een heel macabere betekenis. ‘Wij zijn de ouders van Emma’, vertelde ik aan de verpleegster aan de ingang van de spoedafdeling. ‘Ach, dat meisje ligt op de recovery, je weet wat dat betekent hé’, was de repliek. Nee, dat wist ik eigenlijk niet. Ik wist van niks. Nog steeds geen antwoorden. Hop, de wachtzaal in. Daar zaten een neefje en nichtje van ons. ‘Is er iets?’ ‘Ja, Emma is kritiek’, meer konden we niet zeggen. Tot we de dokters op ons zagen afkomen. ‘Het gaat waarschijnlijk om een blijvend hersenletsel.’ Die woorden, die slaan in als een bom. Maar dan nog. Je weet nog altijd niet wat ‘kritiek’ betekent. Dat moet je zelf vragen, je moet zélf aanvoelen dat het te laat is. Beseffen dat je dochter er al niet meer is. ‘Bedoel je eigenlijk dat ze dood is?’ ‘Ja.’ Een kwartier later mochten we bij haar gaan.”

“Die avond en nacht zijn onwezenlijk. Je gezin wordt herleid van zes naar vijf. Zomaar. Je moet huilen. En antwoorden geven op vragen waar je voordien nog nooit aan had gedacht. ‘Willen jullie orgaandonatie?’ Daar sta je dan. Wat begon als een etentje met vrienden eindigde met de vraag of je toestemming wil geven om de organen van je dochter weg te geven.”

Jozefien:

“Een jaar voordien, na de begrafenis van onze grootvader kwam het onderwerp ter sprake in de wagen. Hoe wil je herinnerd worden? Emma wilde geen doorsneebegrafenis, geen zwarte, donkere bedoening. Ze sprak over een witte kleur, over crematie, over haar eigen liedjes. Ook orgaandonatie kwam aan bod. Vier mensen hebben nu een orgaan gekregen van Emma.”

Mama:

“Ze vroegen ook huid, maar dat wilden we niet. Intussen werd Jozefien opgebeld. Als ze haar zusje nog wilde zien, moest het snel gaan. Om de kwaliteit van de organen niet aan te tasten. Als ze Emma nog even warm, hoe akelig dat ook klinkt, wilden aanraken konden we niet meer wachten. Maar hoe? Jozefien zat in Bulgarije, ergens op een berg, nam ik aan.”

Jozefien:

“Ik vergeet dat telefoontje nooit meer. Die precieze avond zat ik per toeval in een vallei met een gsm-verbinding. Tijd voor besef was er niet. Ik moest daar zo snel mogelijk weg. Een vriend van mijn ouders heeft de onmiddellijke repatriëring geregeld. Maar het deed zo’n ongelofelijke pijn. De terugtocht naar België. Drie uur lang. De hel, niks anders dan de hel. Alles weet ik nog, van naaldje tot draadje.

“Op de luchthaven stond een taxi mij op te wachten. De chauffeur had de opdracht gekregen om mij zo snel mogelijk naar huis te brengen. Dat wilde ik niet. Mijn plaats was in het ziekenhuis en nergens anders. Enig onbehagen maakte zich meester van de chauffeur, die daardoor eigenlijk een order van zijn chef moest negeren. Tot het daaropvolgende radiobericht: ‘Het meisje dat in de Brugse Magdalenastraat is omvergereden, is in het ziekenhuis overleden aan haar verwondingen.’ Ik begon te huilen. ‘Dat meisje is mijn zus’, zei ik. De chauffeur draaide zich om, keek me in de ogen en reed recht naar het ziekenhuis.”

*

Een werknemer van hotel Olympia in de Magdalenastraat hoorde op 12 augustus een harde klap. Hij dacht aan een botsing van twee auto’s, ging een kijkje nemen en zag een auto wegrijden. De toen 25-jarige chauffeur hield even verderop halt, draaide het raampje van de passagier naar beneden en schreeuwde in paniek om hulp. ‘Bellen, bellen, ziekenwagen’, waarna hij wegreed. De jongeman had geen rijbewijs, geen verzekering, verleende geen voorrang en reed veel sneller dan de toegelaten dertig kilometer per uur. De wagen was bovendien eigendom van zijn vijf jaar jongere broer die wel over een rijbewijs beschikte. Na de dodenrit kwam hij compleet overstuur thuis. Zijn twee broers keerden terug naar de locus delicti en gaven hun broer aan bij de politiediensten. De aanklachten luidden onvrijwillige doodslag, vluchtmisdrijf, rijden zonder rijbewijs en gebruiksdiefstal. De politierechter veroordeelde de bestuurder tot drie jaar effectieve celstraf, zeven jaar rijverbod en een boete van 5.500 euro. Terwijl het gezin Decoene aan het rouwproces wilde beginnen, kreeg het gerechtelijk proces evenwel nog een staartje.

*

Mama:

“De uitspraak van de politierechter was streng, maar rechtvaardig. Het gaf ons een zekere voldoening, gezien de lange lijst inbreuken op het verkeersreglement en de vreselijke afloop. De man woont hier eigenlijk niet ver vandaag, amper een paar kilometer verder. Na de uitspraak wil je er enigszins een punt achter zetten. Dingen proberen te verwerken. Helaas, de verdediging ging in beroep. Kun je dat begrijpen, gezien de ernst van de feiten? Beroep aantekenen? Wij vinden dat iemand die zijn spijt uitdrukt, niet in beroep gaat maar de straf aanvaardt. Niet hij, maar zij kreeg de zwaarste straf. In hoger beroep heeft de rechter in Brugge de straf verminderd tot twee jaar cel en zeven jaar rijverbod.”

Jozefien:

“Wat daar in de rechtbank is gebeurd, kan ik amper onder woorden brengen. Wij, het gezin, zaten aan de rechterkant van de rechter. Nerveus. In normale omstandigheden verwacht je dat de beschuldigde aan de andere kant van de zaal wordt binnengeleid. Niet zo in Brugge. Hij, de man die mijn zus doodreed, kwam de veel te kleine rechtszaal binnen aan onze kant. Een blunder van de politie. Hij stapte bijna op onze voeten. Verschrikkelijk. Een enorm gevoel van walging overviel me. Onbegrip. Ik trok meteen mijn voeten in. Ik maakte me klein, ik kroop ik ineen. Hij die mijn zus vermoordde kwam zo akelig dicht. Akkoord, het is ook maar een mens, maar zoiets geldt dan niet.”

Coralie:

“Ik heb hem nooit goed bekeken. Alleen een wazig beeld van de man heb ik voor ogen. Ik weet niet wie hij is, ik wil het niet weten, ook al passeer ik bijna dagelijks bij zijn huis.”

Jozefien:

“Het was een soort dwang om hem aan te kijken. Eigenlijk wil ik hem niet vergeten. Hij woont in Brugge. We kunnen hem ieder moment tegen het lijf lopen. Uit noodzaak keek ik hem aan. Je mag er niet aan denken dat je zonder het te beseffen op een of andere dag staat te praten met de man die je zus doodreed. Dat gaat toch niet? Als ik in Brugge rondloop, zie ik hem denkbeeldig overal. Plots lijken de mensen allemaal op hem. Moeilijk te vatten.”

*

Drie jaar later doet het de mama en zussen geen kwaad om het hele verhaal nog eens aan een derde te vertellen. Het valt hen te moeilijk om er onderling over te praten. Beladen zielen bijeen. De familie staat onder spanning. De fatale klap zindert nog altijd na en heeft de plezierbeleving van het gezin in de schaduw gesteld. Om een uitweg te zoeken uit het lijden werd de hulp ingeschakeld van rouwtherapeute Natalie Kindt.

Mama:

“Goed een jaar na het ongeval kon Sebastiaan nog altijd niet om met de feiten. Het liep verkeerd. Spijbelen, weglopen. Praten ging niet en gaat nog altijd maar moeizaam. Hij was de enige die nog thuis woonde, samen met Emma. De andere twee dochters zaten op kot in Gent. Hij zei geen woord. Niet tegen ons, niet tegen anderen, tegen niemand. We waren de controle volledig kwijt. Hij wilde zo graag walvissen gaan spotten. We lieten hem gaan op één voorwaarde: dat hij minstens drie keer langsging bij een rouwtherapeute.”

Natalie (rouwtherapeute):

“Therapie is geen recept dat je meegeeft aan mensen. Het is individueel opgesteld. Begeleiding is ondersteuning. Vrienden en familie zien tijdens een rouwproces een andere persoon. Iemand die getekend is door de gebeurtenissen. Het gezin is niet alleen een dochter of zus kwijt, maar ook een stukje vader, een stukje moeder. Iedereen moet zich heroriënteren in het gezin. Buitenstaanders willen helpen en geven ‘tips’: ‘Je moet dit en je moet dat.’ Dan slaat de twijfel toe bij de betrokkenen. Er gewoon zijn, dáár gaat het om.’

Coralie:

“Het eerste jaar besef je het gewoon niet. Het tweede jaar dringt het heel langzaam door en nu in het derde jaar doet het besef ontzettend veel pijn. Slechts met een aantal vriendinnen kan ik er echt over praten, al gebeurt ook dat met horten en stoten. Mensen durven je gewoon niet benaderen. Ze hebben schrik en gaan het onderwerp uit de weg. Als je er zélf over begint, verstijft iedereen. Op momenten dat je emotioneel zwak staat, hou je bewust afstand. Door zelf te beginnen praten met mensen heb je controle over het gespreksthema. Je kunt je wapenen, maar hebt geen verweer tegen onverwachte momenten.”

Jozefien:

“Kort na het ongeval stond ik met Coralie in een telecomwinkel. ‘Als iemand je gsm steelt en hij belt constant, moet je dan betalen voor die kosten?’, vroeg ik, waarop de eigenaar van de winkel botweg zei: ‘Ja natuurlijk. Als je een auto steelt en je rijdt iemand dood, dan is dat ook jouw verantwoordelijkheid.’ We zeiden geen woord meer. Een snelle ‘oké’ en weg. Je staat zo machteloos. Een liedje op de radio volstaat om een klap in je gezicht te krijgen. Woorden als ‘auto’, ‘begrafenis’ of ‘ongeval’ hakken in op je gemoed. Altijd en overal.

“Het lukt ook gewoon niet meer om mij te amuseren. Hoe kan ik dansen op een feestje als mijn zus er niet meer is? Zo duaal. Je wilt plezier maken, maar als je je amuseert denk je aan Emma. Vroeger gingen we op feestjes wel eens uit de bol, nu niet meer. Hopelijk komt dat nog terug. Ik weet het niet. Het is een tweestrijd. Wij tegen de buitenwereld. Echt begrip van buitenaf komt enkel van mensen die weten wat een verlieservaring is. Die voelen mee, die zijn attent. Maar dan nog is het héél moeilijk om er rationeel over te praten. Altijd verzink je in emotionaliteit. Je verstand op nul zetten en de woorden gewoon uit je mond laten rollen, dat lukt niet. Of amper.”

Mama:

“Je komt er als gezin ook zogezegd sterker uit. Daar geloof ik niks van. Hoe kun je je nu sterker voelen als er iemand verdwenen is? Thuis sparen we elkaar. Voortdurend. Als ik zie dat mijn man een betere dag heeft, dan zwijg je, of de emoties komen naar boven. We zwijgen, of lopen weg als het zover is. Het is nu eenmaal zo. Niks is nog wat het lijkt. Mijn verjaardag is mijn verjaardag niet meer. Ieder feest doet pijn.

“Als iemand vraagt: ‘Hoe is het?’, dan kan ik daar niet op antwoorden. ‘Goed’ kan ik niet zeggen, want dan voel ik me een verrader tegenover Emma. Ik haat die zin eigenlijk, hoe doorsnee hij ook is. Mijn man hoort liever: ‘Hoe gaat het vandaag?’, daar kan hij soms wel op antwoorden. Al die kleine zinnetjes doen pijn. We hebben geen nood aan goedbedoelde raad, maar wel aan mensen, er gewoon zijn, een knuffel of een lief gebaar. Want dat er echt heel lieve en goede mensen bestaan, ervaren we alle vijf elke dag.”

Jozefien:

“We herbeleven de pijn. We worden opnieuw met de neus op de feiten geduwd. Bij opa hangt er een grote foto van de tien kleinkinderen. We zitten met negen aan tafel. Altijd, overal, word je eraan herinnerd. Nooit was eenzaamheid groter dan die paar keer tussen feestende vrienden.

“Maar de derde verjaardag laten we niet zomaar passeren. De inhuldiging van het bord helpt om de pijn enige structuur te geven.”

Ons land telt sinds de oprichting van de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen nu al 149 SAVE-borden (107 in Vlaanderen, 39 in Wallonië en 3 in Brussel). In goed zestien jaar is het ledenaantal van de vereniging helaas aangegroeid tot bijna 400 families in Vlaanderen op een totaal van 601 in het hele land. Cijfers van het BIVV (Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid) tonen aan dat in 2008 precies 240 jongeren onder de 24 jaar het leven lieten in het verkeer.